terug naar overzicht

De piratenhoed van Amir – het volgen van sporen van competente kinderen

19 september 2014

In dit blog vertelt Els van Luit, ontwikkelaar voor het Wetenschapsknooppunt Delft en leerkracht op de zomerschool, over haar ervaringen met onderzoekend en ontwerpend leren tijdens de zomerschool.

Op de zomerschool volgen de leerkrachten de sporen van kinderen. Met het woord ‘sporen’ bedoelen we de sporen die kinderen al spelend achterlaten. Als je hun sporen goed leest, lees je wat hun bezighoudt, waar ze naar op zoek zijn, wat hen verwondert en verbaast. Aan deze sporen kan je als begeleider iets toevoegen waardoor het spoor zich verrijkt. Dit idee is in Italië ontwikkeld door Reggio Emilia en o.a. uitgewerkt in het voor boek “Sporen van Reggio”.

Het concept van volgen van sporen is in de zomerschool gecombineerd met onderzoekend en ontwerpend leren en de  taalgenre benadering. In dit blog vertelt Els van der Luit, ontwikkelaar voor het Wetenschapsknooppunt Delft en leerkracht op de zomerschool, hoe een schatkist met naamplaatjes in een groep van 15 kleuters, allen 4 of net 5 jaar, op de eerste dag van de zomerschool leidt tot een piratenhoed en hoe het inleven in piraten de volgende dagen het bouwen van boten op gang brengt.

Het begin

In de schatkist op de eerste dag van de zomerschool, zaten naamkaartjes voor elk kind. Op elk naamkaartje stond een plaatje; een piraat, een piratenschip, een papegaai of een piratenvlag. Het kringgesprek ging al gauw over hoe je heet en welk plaatje je had. Amir was al gelijk “Piet Piraat”.

piraten11Hij luisterde naar de verhalen van de anderen. Amir vroeg: “Juf mag ik een Piet Piraat hoed maken?” Dat mocht natuurlijk en ik vroeg hem wat hij daar voor nodig had. Amir riep “papier!” Ik gaf hem een tekenpapier maar dat was verkeerd. Amir spreekt niet heel goed Nederlands dus ik moest goed luisteren wat hij wilde en om zeker te weten of ik het goed begrepen had vroeg ik hem een tekening te maken: hoe ziet de piratenhoed eruit?

Dat ging Amir doen. En het werd duidelijk, hij  had een zwarte strook papier, een zwart vel papier en een wit vel papier nodig en ook lijm en een nietmachine. “Juf,” vroeg Amir, “kan jij de hoed groot tekenen?” En nadat ik de vorm had getekend ging deze vierjarige knippen, tekenen en plakken. De hoed was een feit.

Toen nog een piratenpak!

piraten10Amir ging voortvarend aan het werk, nu uit het hoofd; een groot vel papier werd rood geschilderd en daarna werden de zwarte strepen toegevoegd. Hij kwam bij mij: “Juf ik wil dat het vast zit.” “Hoe gaan we dat doen?” “Met een touwtje; zo!” En Amir wees mij aan dat hij een touwtje aan de bovenkant wilde zodat hij zijn pak over zijn hoofd kon doen. Gelukkig had hij al een stok gevonden en had hij dus ook al een zwaard.

Amir heeft de eerste dag, twee werkmomenten van anderhalf uur gewerkt aan deze outfit. Hij heeft mij een aantal keer gevraagd te helpen. Ik heb telkens geprobeerd zijn opdracht uit te voeren zoals hij dit vroeg. Dit vraagt oprecht contact en tijd nemen voor communicatie. Niet gelijk het zelf invullen en gaan doen, maar eerst vragen en checken of ik hem goed begrepen heb. Wat fijn was is dat hij zelf de materialen kon pakken. Zo hield hij vaart in zijn activiteit.

Effect op de groep

Amir maakte, terecht, de blits met zijn piraten outfit. Al gauw wilden andere kinderen ook een piratenhoed maken. Amir was zelf heel intensief bezig dus mijn verwijzing naar hem als “meester van de hoeden” werkte niet goed. Hij had nog te veel aandacht nodig voor zijn eigen werk. Wat fijn was, was dat het ontwerp er al lag en ik voor de andere kinderen snel een vorm kom tekenen en zij dit konden verwerken tot de, voor hen juiste hoed.

Op deze eerste dag, de start van het piratenthema, hadden we een goed ontwerp voor de hoed en het werd eigenlijk een soort kenmerk van het thema dat gedurende de twee weken van de zomerschool steeds terugkwam bij andere activiteiten. Zelfs de verjaardagshoed voor een van de kinderen is er direct van afgeleid, natuurlijk wel met een ‘hiep hiep hoera’ en een rode vijf aan toegevoegd!

piraten7-9

Posters maken, zelfportret en piraat & prinses maken taart

Nog meer sporen naar aanleiding van de kennismaking

piraten6In de kist zaten de naamkaartjes en samen met wat boekjes op de tafel in de kring, die ik gesorteerd had op het thema (strand, boten, schelpen, zee, eiland), was dit de enige verwijzing naar het thema. Na deze eerste kennismaking met het thema van  20 minuten was er gelijk volop activiteit. Elk kind kon op zijn/haar eigen manier aan de slag gaan. Ik zag de volgende sporen in de groep ontstaan:

  • er werden piratenpizza’s en bootjes gekleid
  • er werden droombomen en eilanden getekend
  • uit een aantal kleine bakjes, verf en stokjes ontstonden er boten
  • de piraten hoed: papier, stift en lijm en een goed ontwerp

Naast deze sporen werd er ook gewerkt in de hoeken. In de zandhoek werd droog zand gezeefd. In de waterhoek werd water overgeheveld met bakjes en buizen naar teilen. En in de bouwhoek ontstonden eilanden en een vuurtoren. De kinderen waren gemotiveerd en zelfstandig aan het werk. Ik kon ingaan op vragen uit de verschillende sporen. Ik was me er ook van bewust dat ik niet alle sporen goed kon volgen en nam me voor niet te veel hierover te stressen. Ik kon erop vertrouwen dat de kinderen hun ontdekkingen en hun behoeften met mij zouden delen.

Toevoegingen aan sporen

Op de eerste dag heb ik bij een aantal van deze sporen toevoegingen gedaan om de kinderen te stimuleren tot een nieuwe stap. Hieronder beschrijf ik hoe het verder is gegaan met het botenspoor. Mijn toevoegingen zijn cursief gedrukt. piraten5

Er werden door de kinderen bootjes gekleid. Ik vroeg: “zouden deze bootjes ook drijven?” In het gesprek dat volgde over de bootjes hadden we het over: zwaar, zinken, drijven, groot, klein, zoet water en zout water. Dit waren de begrippen die bij de kinderen naar boven kwamen.

Je stelt als begeleider vragen en je neemt de antwoorden serieus:

“Hé wat een mooie boot, kan deze echt varen?”

“Ja, want het is een piratenboot.”

piraten4“Ok zullen we het uitproberen? Ik doe water in de bak en dan kunnen we het uitproberen…”

In dit geval lukte het drijven niet. “Hoe maak je een bootje dat wel drijft?”

“Het bootje moet kleiner. Maar dan kan de piraat er niet in.”

“Probeer het maar eens. Hoe kunnen we nog een ander bootje kunnen maken die vaart?”

“Dan moet je echt hout en stokjes enzo hebben.” “Zullen we dat morgen doen?” “Ok, morgen!”

De volgende stap is dan “Kunnen we ook van andere materialen een bootje maken?” Ik heb de volgende dag een doos met stokjes, verf roerhoutjes, ijslolly stokjes, saté pennen, elastiekjes en touw en lijm klaar gelegd.

Een spoor dat begint met boten knutselen

Twee andere jongens waren begonnen met boten knutselen. Na mijn standaardvragen, zoals:

  • wat heb je nodig voor je boot?
  • met wie ga je de boot maken?
  • (waar) heb je een goed plekje om te werken en een schort? (je blijft juf)
  • hoe ga je/ gaan jullie het aanpakken?

gingen de twee jongens aan de slag. Zij kozen voor de plastic bakjes waar de peren in hadden gezeten en gebruikte ook een bakje voor de verf. Een hele opgave want verf plakt niet goed op plastic en de bakjes waren licht en vielen vaak om. Ze zetten dapper door!

piraten3Terwijl de bakjes moesten drogen heb ik gevraagd of de boot ook een mast moest. En dat was inderdaad nodig. “Hoe ziet de mast eruit? Wat heb je nodig?” Ze vonden in het materialenhok stokken van vuurpijlen en groen plastic; goed voor het zeil! Ze gingen aan de slag met lijm, kinderscharen en het plastic. Hout knippen lukte niet, de lijm droogde niet en het zeil was ook moeilijk te knippen.

Ay! dit vroeg om een actie van mij. Ik heb toen het gereedschap erbij gepakt; “Jongens het is tijd voor piratengereedschap” en gaf ze een verstekbak met zaag, een juffenschaar en breed plakband. Dat lukte wel, vooral het zagen ging goed: eerst met de piraten2juf, leren hoe je dit vasthoudt en zaagt. En dan alleen.

Hier heb ik zeker wel een kwartier bij gezeten. De zaag heb ik, als ik even weg moest, meegenomen (piraten en zagen leidt tot…). Hier heb ik helaas geen foto’s van i.v.m. intensieve begeleiding. Maar het ging echt heel goed. Ik durf nu de zaag nog vaker aan de kinderen aan te bieden.

“Juf kunnen we ook een boot maken waar ik echt in kan?”, Oef dat wordt goed nadenken: “heb jij een idee?” “We moeten dozen zoeken? Ok! Dat doen we!”. De volgende dag had ik nog geen dozen neer gezet, maar de dag erna kwam de wens boten te bouwen weer terug na een activiteit in de speelzaal. Gelukkig was de bestelling van Heutink net binnen op school, dus dozen genoeg.

Vanaf die tijd zijn er heel wat boten door de groep gebouwd. Eén boot werd door drie kinderen gemaakt, twee andere kinderen maakte elk een eigen boot. In de tweede zomerschoolweek werd er nog een meisjespiratenboot bijgebouwd. Toen moesten er ook grotere masten en zeilen en vlaggen komen. Dit wisten de kinderen nu zelf te benoemen. En weer moest er gezaagd worden! Nu met dikker rondhout! Daar krijg je het warm van!

piratenEr ontstonden steeds meer wensen vanuit de kinderen zelf zoals een stuur op de boot en ook touwen om de boot in de haven mee aan te meren. Fahim bouwde een buizenstelsel voor deze touwen.

Op de eerste dag van de zomerschool, waar alles nog relatief vreemd was voor de kinderen en voor mij was er al zoveel interactie en werd er al zoveel geleerd. De twee weken die volgden hebben nog veel meer mooie sporen doen ontstaan. Kleuter/piraat zijn is hard werken, maar dat is niet erg als het je eigen spoor is!

Tags: Ontwerpen, Sporen, Reggio Emilia, competenties, piraten, zomerschool, leerkrachten, onderzoeken