terug naar overzicht

Waarom pabo-studenten ontdekhoeken ontwerpen

9 januari 2023

Studenten van de Thomas More Hogeschool stimuleren ruimtelijk denken van kleuters met 'Sinterklaashoeken' in de klas. Een terugblik in de vorm van een blog van het Wetenschapsknooppunt TU Delft.

Oefening baart kunst

Steeds meer beleidsmakers, scholen en ouders realiseren dat het belangrijk is om van jongs af aan ruimtelijk denken te ontwikkelen. Oefening baart kunst. Ruimtelijk uitdagend spel vindt veel plaats in de kleuterklas, denk aan spelen met blokken, kiekeboe en verstoppertje spelen, zelf cadeautjes inpakken en de weg zoeken aan de hand van instructies.

Leerkrachten in veel landen bieden deze taken niet bewust aan vanuit het leerdoel van ruimtelijk denken. Ook krijgen kleuters relatief weinig steun bij het ontwikkelen van hun ruimtelijk denken. Uit  onderzoek weten dat het veelvuldig gebruik van ruimtelijke woorden zoals “op” en “onder” en  gebruik van gebaren ruimtelijk inzicht stimuleert.

In een gezamenlijk project van de Thomas More hogeschool en de TU Delft, hebben acht pabo-studenten hoeken rondom sinterklaas ontworpen waarin kleuters op een speelse en onderzoekende manier hun ruimtelijk inzicht konden ontwikkelen. Deze pabo-studenten hebben sinterklaashoeken en activiteiten samen ontworpen, uitgeprobeerd op twee scholen en via reflectie veel inzicht gekregen in het ontwerpen van ruimtelijk uitdagende taken en het ondersteunen daarvan via  ruimtelijke taal en gebaren.

Waarom is ruimtelijk denken belangrijk?

Als leerlingen aan het eind van de basisschool hoog scoren op ruimtelijk inzicht, kiezen ze later vaak voor een loopbaan die te maken heeft met wiskunde, kunst, wetenschap, medicijnen of technologie. Ook laten heel veel wetenschappelijke studies zien dat leerlingen die veel mogen oefenen met ruimtelijke vraagstukken, daarna ook beter zijn in het oplossen van wiskunde vraagstukken. In veel praktische beroepen is ruimtelijk inzicht belangrijk. Eigenlijk heeft iedereen elke dag ruimtelijk inzicht nodig, denk aan zaken als een auto inparkeren, een nieuwe indeling van je huis bedenken of het vinden van de weg in een nieuwe stad. En ruimtelijk denken is niet iets dat je kan of niet kan, net als leren lezen en rekenen, kan iedereen ruimtelijk denken ontwikkelen van jongs af aan, meisjes en jongens.

Wat is ruimtelijk denken?

Bij ruimtelijk denken gaat het om een gevoel hebben voor ruimte, voor afstanden, afmetingen en kenmerken van objecten, het visualiseren en beredeneren van ruimtelijke zaken en het vermogen om dit in te zetten bij het oplossen van problemen, bijvoorbeeld bij het spelen met blokken nagaan hoe de vormen op elkaar aansluiten, experimenteren en praten over routes en richtingen, het maken van ruimtelijke patronen en bouwwerken, bijvoorbeeld met lego. Tussen vier en zeven jaar maken kinderen een behoorlijk sterke ontwikkeling in ruimtelijk denken door en ontwikkelen ze begrip van vormen, afmetingen en eigenschappen van objecten vanuit verschillende gezichtspunten. Het huidige onderwijs richt zicht vooral op getalbegrip, afmetingen en indelingen, en vrijwel niet op denken in patronen en in ruimtelijke relaties tussen objecten.

Sommige kinderen oefenen te weinig

Onderzoekers hebben ontdekt dat sommige kinderen te weinig kansen krijgen om verschillende manieren van ruimtelijk denken te oefenen waardoor er later grote individuele verschillen ontstaan in ruimtelijke vaardigheden. Vaak zullen leraren ook geen expliciete leersteun en feedback geven waarmee het leren vooruit geholpen wordt. Aanbieden van activiteiten die ruimtelijk inzicht bevorderen is het bijzonder relevant omdat jongens en meisjes in de kleuterklas gemiddeld genomen soortgelijke ruimtelijke vaardigheden bezitten, echter aan het eind van de basisschool zijn jongens gemiddeld genomen beter in het mentaal roteren (draaien) van voorwerpen, zie bijvoorbeeld de vraag hieronder. Deze voorsprong loopt verder op in de middelbare schooltijd en komt onder meer doordat meisjes minder vaak actief zijn in ruimtelijk uitdagende taken. Scholen kunnen een verschil maken door iedereen ruimtelijke uitdagende taken en leersteun te geven.

Pabo-studenten ontwerpen sinterklaashoeken

Voor het Wetenschapsknooppunt TU Delft en de Pabo van de Thomas More Hogeschool was dit een reden om pabo-studenten ontdekhoeken te laten ontwerpen die ruimtelijk inzicht stimuleren via spelend en onderzoekend leren. Kinderen spelen met elkaar en met het materiaal. In ons onderzoeksproject ging het vooral om de vraag hoe pabo-studenten zich bewust kunnen worden van ruimtelijk inzicht en goede activiteiten kunnen aanbieden. Tijdens een intensieve week die volledig in het teken stond van kleuteronderwijs kregen de studenten eerst een workshop over ruimtelijk inzicht waarin vijf “instrumenten” centraal stonden:

  1. Gebruik van ruimtelijke taal
  2. Gebruik van gebaren
  3. Gebruik van materialen – eerst denken, dan doen
  4. Inzetten van taken gebaseerd op verhalen
  5. Diagnose van leertrajecten van kleuters en aanpassen van ondersteuning en/of activiteiten

De waarde van taal, gebaren en materialen

Het opnemen van ruimtelijke taal en gebaren in de lessen helpt kleuters bij het gebruiken en het herinneren van ruimtelijke informatie. Woorden zoals “boven”, “beneden”, “naast”, “voor” en “rondom” in combinatie met een passend gebaar maken dat kleuters relaties tussen voorwerpen  gaan ontdekken. Werken met materialen zorgt voor het aanscherpen van begrippen, bijvoorbeeld het verschil tussen “op” en “in”.  Een ander voordeel van het gebruik van echte materialen is dat kinderen en de leerkracht onderling meer uitwisselen. Kleuters spelen op verschillende manieren met de materialen en gebruiken daarbij ook ruimtelijke taal en maken gebaren. Door deze momenten van ruimtelijk denken op te merken, kunnen leerkrachten kleuters stimuleren om ruimtelijke woorden, uitdrukkingen en gebaren frequent te gebruiken.

Pakjes bezorgen in een kleine wereld

Omdat het project vlak voor sinterklaas was, stond de ontdekhoeken in het teken van sinterklaas. De eerste groep studenten had drie activiteiten bedacht: mini-wereld, pepernoten bakken en cadeautjes inpakken.

Mini-wereld: Een stad was in het klein nagebouwd. De kleuters speelden met de verschillende karakters die cadeautjes rondbrengen in de stad. Dit stimuleert het gebruik van ruimtelijke taal en gebaren omdat de kinderen elkaar instructies geven zoals “Ga nu over het bruggetje”.

De mini-wereld

De bezorgers

Pepernoten

Inpakken

Pepernoten bakken: de kleuters werden gevraagd om pepernoten in allerlei vormen te maken voor de vormenpiet. De kleuters beschrijven de vormen aan elkaar tijdens het bakken en opeten.

Cadeautjes inpakken: hier leren de kleuters over papier vouwen en het inschatten van hoeveel papier er nodig is voor cadeautjes met uiteenlopende afmetingen.

Ruimtelijk leren in de sinterklaashoek

Tijdens het spelen in de hoeken ontdekten de pabo-studenten dat de kleuters actief bezig waren. In de mini-wereld hoek vroegen ze bijvoorbeeld om een cadeautje vanuit een huis naar het rode verzamelstation te brengen. De kleuters gebruikten woorden als boven, onder en ook oriëntatie-woorden zoals links en rechts. De studenten ontdekten dat kleuters nog actiever werden en gingen visualiseren door zelf veel ruimtelijke taal met bijbehorende gebaren te gebruiken. In de bakhoek maakten leerlingen veel uiteenlopende vormen zoals te zien is in de foto. Steeds werden ze gevraagd de vormen te benoemen en te beschrijven. Bij het inpakken, gebruikten de leerlingen in het begin vaak veel te grote stukken papier, later konden ze beter inschatten hoeveel papier er nodig was.

Pabo-studenten leren door het spelen te analyseren

Tijdens het spelen in de hoeken was de helft van de studenten kleuters aan het observeren. Op basis hiervan hebben ze in een tweede ronde de volgende aanpassingen gemaakt:

  • Zelf nog meer gebaren maken tijdens het introduceren van de mini-wereld
  • Dezelfde vorm in een kleine en grote variant laten maken
  • Kinderen die steeds dezelfde vorm maken naar de vormen van anderen laten kijken
  • Verschillende maten papier aanbieden om uit te kiezen

Ze bespraken ook hoe ze kinderen op gang konden helpen die niet actief bewogen in de mini-wereld, bijvoorbeeld door te vragen of een pabo-student kan helpen bij het vinden van de weg. Dit zorgde voor nog meer actief gedrag. De studenten waren soms verbaasd over het hoge niveau en de woorden/gebarenschat van de kleuters en merkten ook dat de activiteit hen inzicht gaf in het niveau van de verschillende kinderen.

Ruimtelijke taal en gebaren eenvoudig te integreren in hoeken

De studenten vonden het gemakkelijk om een focus op ruimtelijke taal en gebaren op te nemen in ontdekhoeken en in hun dagelijkse lespraktijk. Ze ontdekten dat door vooraf aan de kleuters te vragen hoeveel papier ze nodig hadden, dit hielp bij het vooraf visualiseren van het inpakken. De pabo-studenten zijn door de korte training en het direct toepassen daarvan in de klas nu sterk bewust van het leerdoel ruimtelijk denken en kunnen dit expliciet ondersteunen in woord en gebaar. Waar vaak gedacht wordt dat het professionaliseren van leerkrachten in ruimtelijk denken ingewikkeld is, laat dit project op de Thomas More hogeschool zien dat een training gevolgd door een gezamenlijk lesontwerp een effectieve manier is om ruimtelijk denken op te nemen in het bestaande curriculum.

Aan de slag in je klas

Wil je ook ruimtelijk uitdagende taken bedenken voor je klas en de vijf “instrumenten” inzetten? Blijf dan onze nieuwsbrief volgen, in 2023 brengt de TU Delft samen met andere partners een leerkrachtenhandleiding uit over taal en ruimtelijk inzicht. Op termijn willen we scholen in-company trainingen aanbieden.

Auteurs: Rohit Mishra en Remke Klapwijk

Dit project maakt deel uit van een internationaal onderzoeksproject over ruimtelijk inzicht: www.sellstem.eu.